Sta je wel eens voor het schap met hondenvoeding en weet je eigenlijk niet goed wat je moet kiezen? Je bent niet de enige. De verpakkingen roepen allemaal “premium” of “compleet”, maar wat er nu echt in zit en waarom dat uitmaakt, blijft voor veel hondenverzorgers een raadsel. Toch is het niet zo moeilijk als het lijkt, als je maar weet waar je op moet letten. In deze blog neem ik je mee door wat de biologie van je hond ons vertelt, hoe je een etiket écht leest, en hoe je brokken, natvoer en rauwvoer eerlijk met elkaar vergelijkt — zodat je zelf een onderbouwde keuze kan maken.
1. Soortspecifieke voeding
Wat leunt het dichtst aan bij de meest specifieke voeding voor een hond, de gezondste voeding die we kunnen voorschotelen? Dat is wat we voor onszelf ook nastreven (en waar we ook wel eens tegen zondigen), dus waarom zouden we dat dan niet ook voor onze hond nastreven?
Om dit te achterhalen moeten we naar de biologie kijken. De hond is biologisch gezien een carnivoor, dat zien we bijvoorbeeld aan:
- zijn gebit met scherpe hoektanden en scheurkiezen
- zijn relatief kort spijsverteringsstelsel
- zijn behoefte aan bepaalde voedingsstoffen die uit dierlijke bronnen komen (bepaalde aminozuren en vetzuren)
- een verteringsstelsel dat zeer geschikt is voor dierlijke eiwitten
Maar doorheen de evolutie is de hond gaan samenleven met de mens en heeft hij zich daaraan kunnen aanpassen, waardoor hij ook in staat is om sommige plantaardige voedingsstoffen en koolhydraten te benutten. Een kat bijvoorbeeld is nog een strikte carnivoor en kan veel moeilijker overweg met andere voedingsstoffen dan dierlijke eiwitten.
Een hond is dus een carnivoor die ook koolhydraten kan verwerken, maar die voornamelijk vlees (= dierlijke eiwitten) dient te eten. Tegenwoordig worden honden in de praktijk vaak als omnivoren (alleseters) omschreven. Dat komt niet alleen van populaire media of van bedrijven achter hondenbrokken (die er natuurlijk baat bij hebben om goedkopere, plantaardige vulstoffen te verwerken) — ook onder wetenschappers is er eigenlijk nog altijd discussie over de juiste classificatie. Zelf hou ik het liever bij de term “facultatieve carnivoor”: een vleeseter die zich, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een kat, wél kan aanpassen aan andere voedingsstoffen, zonder dat dit zijn basisbehoeften verandert.
Het is namelijk niet omdat een hond bepaalde dingen kan eten, dat hij ze ook extra nodig heeft of zelfs maar goed kan verwerken. De energie uit koolhydraten kan hij ook uit vetten halen, en zelfs zelf produceren vanuit de eiwitten in het vlees (gluconeogenese). Te veel koolhydraten kunnen er dan weer voor zorgen dat je hond overgewicht krijgt, met de nodige gezondheidsproblemen als gevolg. Je hond gezonde voeding geven kan dus effectief bijdragen aan een betere gezondheid en een langere levensverwachting.
Er wordt momenteel ook veel onderzoek gedaan naar de gut-brain axis (de darm-hersenen-as). Darmen en hersenen staan continu met elkaar in verbinding, en een gezonde darmflora beïnvloedt de productie van gunstige stoffen in de hersenen, zoals bijvoorbeeld serotonine (het “gelukshormoon”). Een verstoorde darmflora wordt dan weer geassocieerd met verhoogde stressreacties, angstig gedrag en minder stressbestendigheid.
Voeding op zich is natuurlijk nooit een op zichzelf staande behandeling voor gedragsproblemen, maar wel een belangrijke ondersteunende factor. Volwaardige voeding ondersteunt de werking van de hersenen, het leervermogen, de stressregulatie en de algemene gezondheid.
2. Welk voer is er zoal?
De 3 meest voorkomende soorten voeding in supermarkten of dierenspeciaalzaken zijn:
- Brokken (droogvoer in zakken)
- Natvoer (uit blik)
- Rauw (diepvries)
Tegenwoordig vind je online ook nog andere opties, zoals licht gekookt hondenvoer, en kan je zelf voeding gaan samenstellen (rauw) — maar dat zou ons hier te ver leiden. In een consult bekijken we altijd samen hoe je het aanpakt en of er verbeteringen mogelijk zijn in het voedingsschema van je hond.
3. Waar moet je op letten, welke ingrediënten moeten erin zitten en hoeveel?
Zoals we weten zijn honden biologisch gezien carnivoren (vleeseters), waardoor ze als hoofdingrediënt vlees nodig hebben.
Eerst kijk je op het etiket naar eiwitten (zo hoog mogelijk aandeel) en koolhydraten (zo laag mogelijk aandeel). Kijk achteraan de zak bij de analytische bestanddelen en zoek naar RE (ruw eiwit), RV (ruw vet), RA (ruwe as) en RC (ruwe celstof). Die staan altijd verplicht vermeld op zakken volledige diervoeding. Het vochtaandeel staat er bij brokken meestal niet bij vermeld, net als de overige koolhydraten. Bij hondenvoeding mag je uitgaan van gemiddeld 9% vocht als het vochtaandeel niet vermeld staat. De koolhydraten moet je dus zelf berekenen, door al de rest op te tellen en die som van 100 af te trekken.
Voorbeeld: RE=28, RV=15, RA=5, RC=2, Vocht=9
100 − (28+15+5+2+9) = 41
41% is dus het aandeel koolhydraten voor dit voer. Met die 2 percentages (eiwitten en koolhydraten) ben je al een heel eind op weg om een bewuste keuze te maken.
De volgende stap is de ingrediëntenlijst bekijken. Daar staat alles in vermeld wat in het voer zit, gerangschikt van hoog naar laag. De eerste 3 items op die lijst zijn dus het meest vertegenwoordigd (en zijn dus best dierlijke eiwitten). Maar eiwitten kunnen ook plantaardig zijn, dus het is niet omdat een voer veel eiwitten bevat dat het sowieso goed is voor je hond. Als er in het begin van de ingrediëntenlijst veel plantaardige eiwitten (erwten, linzen, bonen, …) vermeld staan, weet je dat dat de voornaamste eiwitbron zal zijn — en dat kan minder goed opgenomen worden door het maag-darmstelsel van je hond. Ze zijn namelijk niet allemaal even goed verteerbaar en bevatten niet allemaal genoeg essentiële aminozuren in vergelijking met dierlijke eiwitten, waardoor ze dus minder voedzaam zijn.
Overigens staan ze niet helemaal in volgorde van hoeveelheid. Soms zie je bij de ingrediëntenlijst “vers vlees 12%” staan. Dan heb je geen 12% vlees, maar eerder zo’n 3 à 4%. Dit komt omdat “vers vlees” simpelweg vlees is dat nog niet ontdaan is van vocht — en vers vlees bestaat voor ongeveer 70 à 75% uit water. Zie je daarentegen “gedroogd vlees” staan, dan kan je er zeker van zijn dat het vermelde percentage wél klopt.
Dus in een notendop:
a) Bekijk het eiwitpercentage en bereken het koolhydratenpercentage: eiwit best zo veel mogelijk, koolhydraten zo weinig mogelijk.
b) Bekijk de ingrediëntenlijst: de items vooraan komen het meeste voor in de voeding — dit is dus liefst zo veel mogelijk dierlijk eiwit (vlees of vis) en zo min mogelijk plantaardig eiwit of koolhydraten (aardappelen, tapioca, rijst, tarwe, maïs, peulvruchten).
c) Vergelijk op gelijke basis! (zie hieronder)
4. Hoe vergelijk je nu brokken met natvoer of rauwvoer?
Je kan nu de inhoud berekenen van de voeding die je wil vergelijken, maar hoe vergelijk je verschillende soorten voeding met een verschillend vochtgehalte met elkaar? Dat doe je door te vergelijken op basis van droge stof (het vocht dus uit de vergelijking te halen).
Brokken vs. brokken:
Hier is het vochtgehalte meestal hetzelfde (9%), dus kan je gewoon 1 op 1 vergelijken door de berekening te maken voor de 2 merken die je wil vergelijken, om te zien welke het meeste eiwit en de minste koolhydraten heeft. Hier moet je dus niet eerst omrekenen naar droge stof.
Brokken vs. natvoer vs. rauwvoer:
In natvoer en rauwvoer zit veel meer vocht, dus kunnen we dit niet op dezelfde manier vergelijken. We berekenen nu op basis van droge stof, anders vergelijk je appelen met peren. Ik leg het uit aan de hand van een fictief voorbeeld:
Hondenbrok samenstelling:
RE (eiwit) = 25%, RV (vetgehalte) = 13%, RA (ruwe as) = 7,3%, RC (ruwe celstof) = 3,5%, Vocht = 9%
OKH (overige koolhydraten) = 100 − (25+13+7,3+3,5+9) = 42,2%
Omzetten naar droge stof:
Het is voldoende om het eiwit- en koolhydratenpercentage om te rekenen, want dat zijn de belangrijkste indicatoren voor goede voeding — maar je kan elk onderdeel omzetten als je wil. Eerst bereken je hoeveel droge stof je hebt, dus je voeding zonder het vocht: 100 − 9 = 91% droge stof
Eiwit: 25/91 × 100 = 27,5 op droge stof
OKH: 42,2/91 × 100 = 46,4 op droge stof
Natvoer samenstelling:
RE (eiwit) = 10,6%, RV (vetgehalte) = 8%, RA (ruwe as) = 2%, RC (ruwe celstof) = 0,5%, Vocht = 74%
OKH (overige koolhydraten) = 100 − (10,6+8+2+0,5+74) = 4,9%
Omzetten naar droge stof:
Het aandeel eiwit lijkt hier veel lager, maar dat komt gewoon omdat er veel meer vocht in zit. Droge stof: 100 − 74 = 26%
Eiwit: 10,6/26 × 100 = 40,8 op droge stof
OKH: 4,9/26 × 100 = 18,8 op droge stof
Nu kan je op een gemeenschappelijke basis (droge stof) vergelijken welke van de 2 het meeste eiwit en de minste koolhydraten heeft:
| Brokken | Natvoer | |
|---|---|---|
| eiwitten | 27,5 | 40,8 |
| koolhydraten | 46,4 | 18,8 |
Zonder omzetting leek het alsof de brokken meer eiwit bevatten, maar je ziet dat het natvoer eigenlijk veel meer eiwit en een stuk minder koolhydraten bevat.
5. Wat is dan het beste?
Als je zelf verschillende soorten voeding gaat uitrekenen, zal je meestal merken dat rauwvoer op droge-stofbasis het beste scoort: het bevat doorgaans het meeste eiwit, het minste koolhydraten, en is het minst bewerkt. Voor mij is dat de belangrijkste reden waarom ik rauwvoer als de gezondste optie beschouw. Rauw vlees kan wel bacteriën en parasieten bevatten, dus hygiënisch werken — bewaren, bereiden, voederbakken reinigen — is een must, ook om jezelf en je gezin te beschermen.
Daarnaast hangt er jammer genoeg ook een prijskaartje aan vast: reken op 3 à 4 keer meer kostprijs dan brokken. Licht gekookt voer is een goed alternatief, omdat het maar minimaal en niet al te hoog verhit wordt.
Natvoer en brokken zijn dan weer sterker bewerkt en worden vaak meermaals op hoge temperatuur verhit. Voor mij is dat de reden waarom ik ze bekijk als fastfood voor honden: ultrabewerkt en meermaals verhit op hoge temperatuur, wat de voedingskwaliteit niet ten goede komt. Als wij elke dag fastfood zouden eten, worden we er ook niet gezonder van, toch?
6. Praktisch
Zelf kies ik voor de gulden middenweg: ’s morgens geef ik een brok met een hoog eiwitaandeel, en ’s avonds compleet rauwvoer (diepvries), dat je bij een dierenspeciaalzaak kan kopen. Dit om de kosten te drukken, want zoals gezegd is gezonde voeding jammer genoeg nog steeds erg duur. Een ander voordeel van gedeeltelijk brokken blijven geven, is dat het makkelijker is als je op verlof gaat met je hond en niet altijd aan je rauwvoer kan geraken. Laat je je hond ergens logeren tijdens je vakantie, dan zijn brokken meestal ook makkelijker voor de opvang.
7. Opgepast!
Wil je echt all the way gaan en zelf het voer samenstellen voor je hond? Chapeau! Maar weet dat daar veel voorbereidingswerk bij komt kijken, en dat het niet zo eenvoudig is om dit juist te doen en in alle essentiële voedingsstoffen te voorzien, in de juiste hoeveelheid. Je zal regelmatig verschillende recepten moeten roteren om je hond geen tekorten te bezorgen. Het internet staat vol met doe-het-zelf-recepten, maar volg best beproefde recepten van gereputeerde bronnen, zoals hieronder beschreven. Je kan ook een erkend nutritionist raadplegen, maar dat is jammer genoeg nog altijd erg duur.
8. Meer weten?
Ben je zoals ik gebeten door hondenvoeding en wil je graag meer weten over wat nu het beste is voor je hond? Ik volgde een opleiding Agro- en Biotechnologie – Dierenzorg waar veel aandacht naar voeding ging. Verder kan ik je deze boeken aanraden als je meer wil weten over gezonde voeding:
Dr. Conor Brady — Feeding Dogs: https://www.amazon.com.be/-/en/Feeding-Dogs-Science-Behind-Versus/dp/1916234003
Rodney Habib — The Forever Dog: https://www.standaardboekhandel.be/p/the-forever-dog-9780008467425
NL-versie (e-book): https://www.standaardboekhandel.be/p/een-hond-voor-het-leven-9789402766691
In Boechout heb je ook een speciaalzaak die erg veel diepvries (rauw)voer verkoopt, en waar ze je ook een woordje uitleg kunnen geven over de verschillende soorten hondenvoeding. Ga dus zeker eens langs bij the doggy shop!

