1. Waarom welzijn zoveel meer is dan “goed zorgen voor”.

Wanneer mensen contact opnemen met mij, doen ze dat meestal omdat ze net een puppy in huis gehaald hebben en vanaf het begin een goede basis willen leggen. Anderen lopen vast omdat hun hond gedrag vertoont waarmee ze moeilijk om kunnen gaan. De hond blaft voortdurend, trekt aan de lijn, valt uit naar andere honden of kan moeilijk alleen thuis blijven.

Bij een puppy draait begeleiding niet alleen om opvoeding. Het is minstens even belangrijk dat een jonge hond zich veilig voelt, de wereld op een positieve manier leert kennen en de kans krijgt om zich in zijn eigen tempo te ontwikkelen. Ook dat is welzijn.

Wanneer er al sprake is van probleemgedrag, wordt vaak gezocht naar een manier om dat gedrag zo snel mogelijk te stoppen. Maar voor mij begint de vraag ergens anders:

Waarom stelt een hond dit gedrag?

Gedrag ontstaat nooit zomaar. Net zoals wij mensen reageren op hoe we ons voelen en wat we meemaken, doet een hond dat ook. Daarom kijk ik altijd eerst naar het welzijn van de hond. Want wanneer een hond zich veilig voelt, gezond is en aan zijn behoeften kan voldoen, ontstaat vanzelf meer ruimte om te leren, samen te werken en tot rust te komen.

Voor mij is een hond een volwaardig gezinslid. Dat betekent niet dat een hond dezelfde verantwoordelijkheden of keuzes heeft als een mens, maar wel dat hij evenveel respect verdient. Net zoals we streven naar een gelukkig leven voor onze partner, kinderen of vrienden, mogen we dat ook nastreven voor onze hond.

2. Wat is dierenwelzijn eigenlijk?

Dierenwelzijn betekent veel meer dan een volle voerbak en dagelijks een wandeling maken. Een hond met een warme mand kan zich nog steeds angstig, gefrustreerd of ongelukkig voelen. Welzijn gaat over de totale levenskwaliteit van een dier. Dat betekent dat we proberen ervoor te zorgen dat een hond zich zowel lichamelijk als mentaal zo goed mogelijk voelt binnen de omgeving waarin hij leeft.

Wanneer één of meerdere behoeften langdurig niet vervuld worden, ontstaat er stress. Die stress hoeft niet altijd zichtbaar te zijn, maar kan zich na verloop van tijd uiten in gedrag dat wij als probleemgedrag ervaren. Denk bijvoorbeeld aan:

  • overmatig blaffen
  • uitvallen naar andere honden
  • dingen stuk maken in huis
  • onrust
  • voortdurend aandacht vragen
  • angst
  • moeilijk kunnen ontspannen

In veel gevallen is dat gedrag geen kwestie van ongehoorzaamheid, maar een signaal dat er ergens iets wringt. Dat betekent niet dat welzijn alle gedragsproblemen oplost. Sommige problemen hebben meerdere oorzaken zoals genetica, pijn, leerervaringen of trauma’s. Maar welzijn vormt altijd de basis waarop verdere begeleiding kan worden opgebouwd. Daarom besteed ik tijdens een gedragsconsult zoveel aandacht aan alle aspecten van het leven van de hond, en niet alleen aan het ongewenste gedrag zelf.

3. Hoe is onze kijk op dierenwelzijn geëvolueerd?

De visie op dierenwelzijn is de afgelopen zestig jaar sterk veranderd. Vroeger werd er vooral gekeken naar de lichamelijke gezondheid van dieren om te beoordelen of ze een goed leven hadden. Zolang een dier voldoende eten kreeg en niet ziek was, ging men ervan uit dat alles wel in orde was. Gelukkig is die visie ondertussen al erg geëvolueerd en weten we vandaag dat welzijn veel verder gaat dan alleen maar overleven.

De vijf vrijheden (Brambell Committee, 1965)

Na een onderzoek naar de leefomstandigheden van landbouwdieren stelde het Brambell Committee de bekende Vijf Vrijheden op. Daarin werd gesteld dat een dier vrij moet zijn van:

  1. honger en dorst
  2. ongemak
  3. pijn, letsel en ziekte
  4. angst en stress
  5. beperkingen om natuurlijk gedrag te kunnen vertonen

Deze vijf vrijheden waren destijds revolutionair omdat voor het eerst ook aandacht werd besteed aan emoties en natuurlijk gedrag.

Het drie-cirkelmodel van Fraser (1997)

Jaren later stelde David Fraser vast dat welzijn niet vanuit één invalshoek bekeken kan worden. Volgens hem bestaat welzijn uit drie onderdelen die elkaar beïnvloeden:

  • Biologisch functioneren: is het dier gezond?
  • Natuurlijk leven: kan het zijn natuurlijke gedrag uitvoeren?
  • Gevoelens of ervaringen: voelt het dier zich veilig, comfortabel en positief?

Soms kunnen deze drie onderdelen met elkaar botsen. Daarom moeten we telkens een evenwicht zoeken.

Het Vijf Domeinen Model (Mellor, 2020)

Professor David Mellor werkte het welzijnsdenken verder uit in het Vijf Domeinen Model, dat vandaag wereldwijd één van de meest gebruikte modellen is binnen dierenwelzijn. Het wordt toegepast bij dierentuinen, landbouwbedrijven, dierenbeschermingsorganisaties en opvangcentra om het welzijn van dieren te evalueren. In plaats van alleen maar negatieve ervaringen te vermijden, legt dit model ook nadruk op het creëren van positieve ervaringen. Dat sluit volledig aan bij mijn manier van werken en is de reden waarom ik het heb geïntegreerd in mijn gedragsconsulten.

4. Het Vijf Domeinen Model toegepast op honden.

Het model bestaat uit vijf domeinen. De eerste vier beschrijven de leefomstandigheden van de hond. Samen bepalen ze het vijfde domein: hoe de hond zich mentaal voelt.

1. Voeding

Een hond heeft nood aan voldoende, kwalitatieve soortspecifieke voeding én permanent toegang tot vers drinkwater. Maar voeding gaat verder dan voedingsstoffen alleen. Ook de manier waarop een hond aan voedsel komt speelt een rol. Snuffelen, zoeken, kauwen en likken zijn natuurlijke gedragingen die bijdragen aan ontspanning.

Enkele voorbeelden:

  • snuffelmatten
  • voerpuzzels
  • kauwmateriaal
  • afwisseling in de manier van voeren

2. Fysieke omgeving

Voelt een hond zich veilig in zijn eigen leefomgeving? Denk aan:

  • een comfortabele rustplaats
  • voldoende slaap
  • bescherming tegen hitte of kou
  • voldoende bewegingsruimte
  • voorspelbaarheid in de dagelijkse routine

Een hond die voortdurend wordt gestoord tijdens het slapen of nooit echt tot rust komt, zal moeilijker met stress kunnen omgaan.

3. Gezondheid

Pijn heeft een enorme invloed op gedrag. Een hond met rugpijn, artrose, oorproblemen of maagklachten kan sneller prikkelbaar, angstig of agressief reageren. Daarom kijk ik altijd of medische oorzaken voldoende onderzocht zijn.

4. Gedragsmatige interacties

Dit domein gaat over alles wat een hond kan doen en met wie hij interacteert. Kan hij bijvoorbeeld:

  • snuffelen tijdens wandelingen
  • keuzes maken
  • sociaal contact hebben wanneer hij dat wil
  • zich terugtrekken wanneer hij rust nodig heeft
  • spelen als hij daar behoefte aan heeft

Hoe meer een hond controle ervaart over zijn eigen leven, hoe beter hij meestal met stress kan omgaan.

5. Mentale toestand

De eerste vier domeinen komen uiteindelijk samen in de mentale beleving van de hond. De optelsom van die verschillende onderdelen zal bepalen hoe je hond zijn eigen leven ervaart.

Voelt je hond zich meestal veilig, ontspannen, nieuwsgierig, zelfzeker, tevreden?
Of overheersen toch eerder gevoelens van angst, frustratie, onzekerheid of misschien zelfs chronische stress?

Wanneer we dit in kaart brengen voor onze hond, kunnen we zien waar we goed bezig zijn en waar er nog ruimte voor verbetering mogelijk is. Dat is uiteindelijk waar welzijn om draait.

5. Hoe pas ik dit toe tijdens een gedragsconsult?

Tijdens een consult kijk ik dus niet alleen naar het gedrag waarvoor je hulp zoekt, maar probeer ik het volledige plaatje te begrijpen. Samen bekijken we onder andere:

  • Krijgt je hond voldoende kwalitatieve rust?
  • Past zijn voeding bij zijn behoeften?
  • Zijn er medische factoren die een rol kunnen spelen?
  • Kan hij voldoende natuurlijk gedrag vertonen?
  • Hoe verlopen de interacties binnen het gezin?
  • Ervaart hij voldoende veiligheid en voorspelbaarheid?

Vaak ontdekken we dat kleine aanpassingen op verschillende vlakken samen een groot verschil maken. Soms vermindert probleemgedrag daardoor al aanzienlijk. In andere gevallen vormt een verbeterd welzijn de stevige basis waarop we vervolgens verder aan gedragsverandering kunnen werken.

6. Besluit

Voor mij is welzijn geen modewoord en ook geen extraatje. Het is het fundament waarop een gezonde relatie tussen mens en hond gebouwd wordt. Wanneer we leren kijken naar wat een hond nodig heeft in plaats van alleen naar wat hij doet, ontstaat er ruimte voor meer begrip, meer vertrouwen en uiteindelijk ook duurzamere oplossingen voor gedragsproblemen. Want een hond die zich goed voelt, heeft veel meer mogelijkheden om de beste versie van zichzelf te tonen.